De lamsbout is redelijk mager en 'dun van draad'. Door het bot in de bout te laten krijgt het vlees, en dus het gerecht, nog meer smaak.
In de Betuwe en andere natuurgebieden met een voedingsbodem die vruchtbaar is, grazen de Hollandse Graslammeren. De lammeren genieten hier van heerlijk vers gras en kruiden. Hierdoor krijgt het graslam zijn herkenbare smaak. Alleen de dieren met de juiste vet- en vleesverhouding worden geselecteerd. De boeren die de graslammeren houden zijn van nature buitenmensen en gaan voor kwaliteit. Het graslam groeit buiten op bij zijn moeder en krijgt volop de tijd om zich te ontwikkelen.