Pectine wordt onder andere gebruikt om jam of gelei mee te maken. In planten zit een koolhydraat genaamd propectine. Propectine zorgt ervoor dat de cellen van de plant aan elkaar plakken. Pectine komt vooral veel voor in harde fruitsoorten zoals appels, sinaasappels en pruimen. In zachte fruitsoorten zoals aardbeien, druiven en kersen zit erg weinig pectine. De meeste vruchten bevatten onvoldoende pectine om een voldoende stevige jam te geven, daarom moest de jam vroeger door lang koken ingedikt worden. Tegenwoordig wordt bij het koken pectine toegevoegd om de jam sneller de juiste dikte te geven. De gelei wordt alleen gevormd in een zuur milieu, daarom wordt ook citroenzuur toegevoegd aan de gelei of jam.