De druiven zijn afkomstig van de 'Cerro de Leyes'-wijngaard van Barbadillo op het landgoed Santa Lucía, met Palomino-wijnstokken aangeplant in 1972. Voordat ze worden geperst, worden de druiven op een zeer traditionele manier verwerkt, bekend als 'Soleo', waarbij de geplukte druiventrossen in de zon worden gelegd om de suikerconcentratie te verhogen. Manzanilla-vaten worden vervolgens gebruikt voor een traditionele gisting op vat met behulp van de natuurlijke gisten uit de wijngaard. De jonge wijn wordt vervolgens 18 maanden overgebracht naar roestvrijstalen en cementen tanks, onder een sluier van 'flor', alvorens te worden gebotteld met minimale klaring.
Het resultaat is iets unieks en vertegenwoordigt een reis terug in de tijd qua aroma's, die in de 19e eeuw wellicht bekender waren.
De wijn heeft een opmerkelijk karakter voor een witte Palomino; een lichtgouden kleur, droog met een goede zuurgraad, geroosterde maïs en een honingachtige neus met een zalvende smaak in de mond, met smaken van gist, broodkorst en een vleugje oud eikenhout.