Bij hangcultuur wordt het mosselzaad opgesokt in lange kousvormige katoenen netten met in het midden een touw. Gedurende de groei worden de mosselen enkele malen uitgedund en opnieuw opgesokt. Deze kweekmethode is verschillend van de bodemcultuur, in de eerste plaats groeien hangcultuur mosselen sneller doordat ze voedsel kunnen opnemen uit de waterkolom. Daarnaast worden de hangcultuurmosselen op een andere wijze machinaal onttrost, omdat ze door de snellere groei een minder sterke schelp bezitten. En de mosselen bevatten vaak ook een hoger visgewicht omdat de schelp lichter is dan de bodemcultuur en daardoor is het aandeel mosselvlees in de schelpen vaak hoger.